|
Hobbybakker
Met haar ovenhandschoenen haalt Jacqueline het taartblik uit de combimagnetron. Voorzichtig zet ze de taart op het tafeltje tussen de pas gebakken kniepertjes en de oliebollen. Het ruikt heerlijk in haar blokhut. Veel ruimte is er niet, maar ze is blij dat ze een eigen plekje heeft naast de boerderij van Phusis. Jacqueline houdt niet van mensen om haar heen. Dat leidt alleen maar tot ruzie. Dan begint ze te schreeuwen en te slaan, alsof er een knop in haar hoofd wordt omgedraaid. Soms is het zo erg dat de leiding haar op de grond moet duwen tot ze weer tot rust is gekomen. ‘Ik bak er nog één taart bij,’ zegt ze tegen zichzelf. ‘Dan heb ik genoeg.’ Het is allemaal bestemd voor de kerstmarkt morgen in het dorp. Het geld dat ze ermee verdient spaart ze voor haar grote droom, een droom die bijna niemand anders kent. Zachtjes zegt ze het gedicht op dat ze pas heeft gemaakt. Het geeft precies aan hoe ze zich nu voelt.
Bloemetjes zo prachtig Wiegen heen en weer Hun geur zo krachtig Ruik je keer op keer
Laat je hart een bloem zijn Er is zo veel te geven Dan voel je je heel fijn Je hele verdere leven.
Jacqueline vindt het fijn om verhalen en gedichten te schrijven. Als ze zin heeft, gaat ze op bezoek in haar fantasiewereld. Meestal is ze een kind in die andere wereld. Ze verzint een lieve moeder die voor haar zorgt en soms heeft ze broertjes en zusjes waarmee ze speelt. Het is een veilige wereld zonder zorgen. Heel anders dan de echte wereld die ze tot nu toe heeft meegemaakt. Op school werd ze gepest omdat ze het liefst met de kleuters speelde. Het pesten werd zo erg dat ze naar een andere school moest. Daar kreeg ze te maken met meester Willem, de eerste die zich echt voor haar interesseerde. Voor hem was het geen probleem dat ze liever bij de kleuters was. Meester Willem zorgde ervoor dat iemand haar onderzocht. Toen bleek dat ze PDD NOS had, een vorm van autisme. Haar moeder wilde er niks van weten. Ze deed geen moeite om haar te begrijpen. Jacqueline printte allerlei informatie over autisme voor haar uit, maar ze wilde het niet eens lezen. Jacqueline wordt verdrietig als ze daaraan denkt. Nare gedachten kan ze het beste wegjagen door haar grote droom tot leven te roepen. Ze gaat op bed liggen en sluit haar ogen.
Jacqueline staat achter de toonbank van het gezellige winkeltje. Overal zie je taarten en koeken in alle soorten en maten, allemaal zelf gebakken. Op de etalageruit staat in krulletters: Hobbybakker Jacqueline. Het winkeltje is klein, maar al goed bekend in het dorp. Jacqueline verdient genoeg om van te leven. Ze zucht. Het is een drukke ochtend geweest, met veel klanten. Net als ze naar het keukentje achter de winkel wil lopen, blijft er iemand voor de etalageruit staan. Ze herkent haar niet meteen, maar dat verandert als de winkeldeur openzwaait.
‘Mam?’ Jacqueline kan het nauwelijks geloven. Ze heeft haar moeder zo lang niet gezien. De vrouw blijft staan. ‘Ik eh… ik hoorde van je winkeltje. Ik dacht, zou het echt waar zijn? Dat wilde ik met eigen ogen zien.’ Jacqueline moet even slikken. ‘Dat had je nooit van mij gedacht, hè?’ zegt ze zacht. ‘Eerlijk gezegd niet,’ antwoordt haar moeder. ‘Maar… ik heb me vergist. Ik eh… ben hartstikke trots op je.’ Er verschijnen tranen in de ogen van Jacqueline. ‘Meen je dat?’ Het volgende moment stormt ze met uitgestoken armen op haar moeder af. Ze klemt zich aan haar vast en…
Ze schrikt op uit haar droom. Iemand klopt op de deur. Met tegenzin staat ze op en doet open. Albert, haar begeleider staat voor de deur. ‘Hé Jacqueline, ik was benieuwd hoe het ging met bakken.’ ‘Volgens mij wil je een stukje proeven,’ zegt Jacqueline. Albert schiet in de lach. ‘Het ruikt wel erg lekker.’ Jacqueline stapt opzij om hem binnen te laten. ‘Je ziet er een beetje slaperig uit,’ zegt Albert. ‘Ik lag even op bed, een beetje fantaseren over mijn toekomst.’ ‘Waarover dan, Jacqueline?’ ‘Mijn grote droom, dat ik later een eigen winkeltje heb. Jacqueline, de hobbybakker.’ Albert gaat zitten. ‘Weet je dan wat er voor nodig is om zo’n winkeltje te beginnen?’ ‘Jawel, ik moet een diploma halen en ik moet genoeg geld hebben.’ Albert knikt. ‘Dat klopt, maar bakken hoef je niet meer te leren.’ Jacqueline geeft hem een bordje met twee kniepertjes. ‘Ze zijn nog warm.’ ‘Heerlijk,’ zegt Albert met volle mond. ‘Volgens mij ga je veel geld verdienen morgen.’ ‘Albert?’ Haar stem klinkt opeens ernstig. ‘Ik wilde je nog bedanken.’ ‘Wat bedoel je?’ ‘Dat je me zo helpt, zoals toen met die combimagnetron. Overal waar ik gewoond heb, moest ik me aan regeltjes houden. Of die nu goed voor mij waren of niet. Jullie kijken naar wat ik nodig heb.’ ‘Ik zit zo te denken,’ zegt Albert peinzend. ‘Waarom begin je niet vast een oefenwinkeltje?’ ‘Wat bedoel je daar nou mee?’ ‘Die blokhut van jou lijkt aan de buitenkant net een winkeltje. Als je nou op een vaste dag in de week lekkere dingen bakt en die hier verkoopt? Liefhebbers genoeg.’ Albert staat op. ‘Denk er maar eens over na.’ Als hij al buiten is, roept Jacqueline hem terug. Met een stralend gezicht houdt ze een vers gebakken taart vast. ‘Hé Albert, deze is voor jou!’
|