|
Zo lang als het nodig is
Nikos kijkt op als Amber voorzichtig de trap afloopt met JJ in haar armen. ‘Ik heb hem verschoond,’ zegt ze. Ze gaat naast Nikos op de bank zitten. ‘Zou hij honger hebben?’ vraagt Nikos. Amber haalt haar schouders op. Ze ziet hoe Nikos naar de bos rozen op tafel kijkt. Er hangt een kaartje aan: Gefeliciteerd met de geboorte van jullie zoon. ‘Denk je nog wel eens aan onze eerste afspraak?’ vraagt ze. Nikos knikt. Hij stond op het station van Utrecht met een roos in zijn hand. Ze had er al lang moeten zijn, dacht hij. Voor de zoveelste keer keek hij op zijn horloge en weer dwaalde zijn blik over het perron. Hoe ze eruit zag wist hij niet precies. Ze kenden elkaar alleen van MSN. Maar toch was hij er zeker van dat hij haar meteen zou herkennen. Ongeduldig liep Nikos heen en weer. Nog vijf minuten, dacht hij, dan bekijkt ze het maar. Opeens voelde hij zich voor joker staat met die stomme roos in zijn hand. Nog één keer keek hij om zich heen, naar al die onbekende gezichten op het perron. Toen smeet hij de bloem op de grond. ‘Ik heb die roos helemaal plat getrapt,’ zegt hij. Amber moet lachen. ‘Jij dacht dat ik spijt had van die afspraak, hè?’ ‘Zoiets ja.’ Uiteindelijk hebben ze toch een nieuwe afspraak gemaakt. De trein was op een ander perron aangekomen, beweerde ze. Pas toen ze het kaartje met de datum liet zien, geloofde hij haar. Daarna begonnen ze elkaar vaker te zien. Vanaf het begin voelde hij dat er wat met haar was, allemaal kleine dingen zoals een losse opmerking, leugentjes en een angstige blik in haar ogen. Toen hij op een dag zag dat ze blauwe plekken in haar hals had en brandwondjes op haar arm, moest hij weten wat er met haar was. Maar ze wilde er niks over zeggen, alsof ze hem niet vertrouwde. JJ begint huilgeluidjes te maken. ‘Hij heeft honger,’ zegt Amber. Ze geeft JJ aan Nikos en loopt naar de keuken om zijn fles klaar te maken. ‘De fles eerst uitkoken!’ roept Nikos. ‘Wat denk je dat ik ga doen?’ klinkt het vanuit de keuken. Goed dat we begeleiding krijgen bij de verzorging van JJ, denkt Nikos. Al zeuren ze soms over kleinigheidjes. Met zijn hand strijkt hij zacht over het donkere haar van zijn zoon. Even later komt Amber aanlopen met de fles in haar hand. ‘Geef jij het maar.’ Nikos legt JJ met zijn hoofdje op zijn arm en pakt de fles aan. Amber kijkt glimlachend toe hoe JJ gulzig begint te drinken. ‘Hij moet een andere jeugd krijgen dan wij,’ zegt ze. ‘Zeker weten,’ antwoordt Nikos. Wie had dit ooit kunnen denken? Eerst was hij een zwerver en gebruikte hij drugs. Op eigen kracht is hij er vanaf gekomen, al voordat hij Amber leerde kennen. En kijk hem nu eens zitten op de bank, met vrouw en kind. Nikos weet nog goed wat het keerpunt was voor Amber. Ze reden naast elkaar op de fiets. Waarom weet hij niet precies meer, maar opeens begon ze te praten. Ze vertelde alles. Over haar vader die overleed toen ze nog heel jong was, over haar ex-vriendje, een loverboy die haar nog steeds lastig viel. En dan de moeder van Amber die alles wist van die loverboy, maar het gewoon toeliet. ‘Weet je nog wat je toen op de fiets tegen me zei?’ vraagt Nikos. ‘Ik heb alle geloof in de goedheid van de mens verloren.’ Amber legt even een hand op zijn arm. ‘Maar dat gold niet voor jou.’ ‘Waarom eigenlijk?’ vraagt Nikos. ‘Omdat ik voelde dat jij me begreep. Ik denk, omdat jij zelf ook in de shit hebt gezeten.’ Nikos denkt aan het opvangcentrum waar hij toen nog woonde. Amber kon ook niet langer thuis blijven wonen. Ze kwam in een instelling terecht. Ze wilden dolgraag bij elkaar wonen, maar er was geen instelling te vinden waar ze bij elkaar konden zijn. ‘Wat zou je moeder zeggen als ze ons zo ziet?’ zegt Nikos. ‘Ze weet niet eens dat ze oma is.’ ‘Ze mag het niet weten,’ antwoordt Amber beslist. ‘Ze mag ook niet weten waar we nu wonen, later misschien.’ Nikos begrijpt dat ze er nog niet aan toe is. Daarvoor is er in het verleden te veel gebeurd. Als hij ziet dat JJ slaap krijgt, staat hij op en legt hem in de box. Het was geen ongelukje dat Amber zwanger werd. Ze hadden erover nagedacht. Als ze vader en moeder werden, zouden ze eindelijk samen kunnen wonen. Welke instelling zou dat kunnen weigeren? Nikos was ervan overtuigd dat het zou gaan lukken, maar zo leek het niet te gaan. De voogd van Amber vond het beter als ze niet in de buurt van familie en kennissen bleef wonen, zeker toen ze in verwachting raakte. De voogd ontdekte dat ze bij Phusis nog wel een plekje voor haar hadden. Na een tijdje werd JJ in het ziekenhuis in Assen geboren. Nikos reisde heen en weer. Hij probeerde zo veel mogelijk bij Amber en JJ te zijn. Nu hij eraan terugdenkt voelt Nikos opnieuw het verdriet dat hij toen voelde, elke keer als hij weer afscheid moest nemen van Amber en JJ. Op een dag zei Albert van Phusis: ‘Wat een onzin eigenlijk. Het is zo duidelijk dat jullie bij elkaar horen. Als er geen plek is voor jullie, maken we een plek.’ En nu wonen ze hier, in een huisje op het erf van een boerderij van Phusis. Zo lang als het nodig is.
|