|
Ze kunnen op mij rekenen
Ze hadden nog geen cliënten. Toch ruilde Lulof Drenth zijn vaste baan bij een grote zorginstelling in voor het avontuur van Phusis. Maar hij heeft daar geen moment spijt van gehad. ‘Ik geloof in het concept,’ zegt hij. ‘Vanuit mijn ervaring weet ik hoe belangrijk het is om een persoonlijke relatie met de cliënt op te bouwen. Vertrouwen over en weer is daarbij het sleutelwoord.’
De eerste klus van Lulof was om snel geschikte huisvesting te vinden. ‘In die tijd heb ik heel wat advertenties bekeken en contact gehad met makelaars. Uiteindelijk hebben we ons oog laten vallen op een woonboerderij aan de Bosweg in Hoogersmilde. De eigenaar was een grote aardappelboer met wie ik moest onderhandelen. Ik weet nog dat de elektriciteitsmeter was weggehaald. Dat had alles te maken met de illegale hennepkwekerij die de vorige bewoners daar hadden opgezet. Daardoor konden we er niet snel intrekken. Maar deze boer hielp ons uit de brand. Hij had nog een huisje in Appelscha dat we meteen konden gebruiken. Over de huur van de woonboerderij deed hij niet moeilijk. “Doe het nou maar,” drong hij een paar keer aan, “doe het nou maar.” En we hebben het gedaan.’
Een minder positieve ervaring had Phusis in Bovensmilde. ‘We wilden bij de boerderij aan de Grietmanswijk appartementen voor onze cliënten bouwen, maar de buurt was er fel op tegen. “Geen gekken bij ons in de straat.” Daar kwam het op neer. Toen hebben we de omwonenden uitgenodigd om te komen praten en een kijkje te nemen. Dat leidde tot positieve reacties. Het is jammer dat de plannen daarna zijn blijven liggen, omdat we eerst aan de Bosweg in Hoogersmilde zijn begonnen. In die tijd zijn de contacten met de buurt verloren gegaan. Vervolgens is een brief van ons aan de gemeente verkeerd uitgelegd. Al met al leidde dit tot een vertroebelde verhouding met de buurt. We willen onze uiterste best doen om het vertrouwen terug te winnen, maar hier zijn wel twee partijen voor nodig.’
‘Ik heb nooit getwijfeld aan de meerwaarde van Phusis,’ zegt Lulof. ‘Daarom vond ik het ook niet moeilijk om die overstap te maken. In het begin was het keihard werken. Weken van 70 of 80 uur waren geen uitzondering, maar ik had het er graag voor over. Ik deed ook alles wat nodig was: individuele begeleiding, het opzetten van de dagbesteding, organisatorische en administratieve zaken, noem maar op. Het was een tijd van pionieren en creatieve oplossingen zoeken. Later kregen Bart en Albert ook meer tijd voor Phusis en kwamen er collega’s bij. Toen begon Phusis steeds meer vaste vorm te krijgen.’
Door zijn ervaring in de zorg heeft Lulof geleerd wat belangrijk is voor de doelgroep van Phusis en wat de valkuilen zijn. ‘We bieden met Phusis een omgeving die niet te veel prikkels bevat,’ zegt Lulof. Sommige bewoners hebben moeite met de vrijheden die in de maatschappij liggen opgesloten. De verleiding blijft op de loer liggen. Dan helpt het als je wat meer afgelegen woont en de drempel om naar de stad te gaan wat hoger maakt.’ Lulof heeft ook geleerd dat een goede persoonlijke relatie met de bewoners de manier is om ze verder te kunnen helpen. ‘Zo’n relatie moet gebaseerd zijn op wederzijds vertrouwen,’ zegt hij. ‘Vergeet niet dat deze mensen al heel wat teleurstellingen achter de rug hebben. Vaak zijn ze van de ene instelling naar de andere gegaan, van de ene mislukking naar de andere. Veel vertrouwen in de hulpverlening is er dan niet meer. Je merkt het ook als er een nieuwe begeleider bij ons komt werken. Er ontstaat meteen onrust onder de bewoners. Wat voor iemand is dat? Kunnen we die wel vertrouwen?’
Lulof is verantwoordelijk voor de dagbesteding. Phusis beschikt over 2 locaties waar bewoners aan het werk kunnen: boerderij ‘De Grietman’ in Bovensmilde en een kwekerij in Oranje. In Bovensmilde wordt vooral met hout gewerkt, bijvoorbeeld picknickbanken maken of hout verwerken voor de open haard. ‘In Oranje werken we samen met de kwekerij van Jan en Sita Voortman, een unieke combinatie. Hier zijn onze bewoners bezig met het kweken en stekken van planten of het wegbrengen van bestellingen. De slogan van Jan luidt: “Samen staan we sterk.” Het is belangrijk dat bewoners hun tijd zinvol besteden. Dat brengt structuur in hun leven en geeft zelfvertrouwen. Een enkele keer lukt het om een bewoner aan een baan te helpen. De dagbesteding is zeker niet vrijblijvend. ‘Als iemand geen zin heeft om te komen, wordt hij of zij daarop aangesproken,’ zegt Lulof. ‘Eén keer hebben we iemand een week moeten schorsen, maar dat is echt uitzondering.’ Er zijn bewoners die elke ochtend door Lulof worden opgehaald. ‘Dan weet ik zeker dat ze komen. De laatste bewoner moet ik altijd even bellen om te laten weten hoe laat ik precies bij hem ben. Afspraken maken en nakomen is belangrijk,’ zegt Lulof. ‘Wanneer je dit niet doet, merk je dat aan het gedrag van de deelnemers.’
Hoe wek je het vertrouwen van bewoners? ‘Belangrijk is natuurlijk dat ze altijd op me kunnen rekenen,’ legt Lulof uit. ‘Verder zit het vooral in je houding. Straal je rust uit? Kun je bij hun gedrag de juiste verklaring vinden?’ Lulof beseft heel goed dat elke cliënt een bijzonder verhaal heeft. ‘Ze dragen allemaal een verleden met zich mee waarin vaak heftige dingen zijn gebeurd. Dat zie je natuurlijk terug in hun gedrag. Het gebeurt wel eens dat op de kwekerij de planten door de lucht vliegen of dat ze kwaad weglopen. Dat laat ik nooit op zijn beloop. Meestal blijkt dan dat er meer achter zit.’ Net als ieder mens heeft elke bewoner zijn toekomstdromen en verwachtingen. Ik probeer daar op in te spelen en samen te kijken welke mogelijkheden er zijn. Dat lukt niet altijd, maar er zijn positieve voorbeelden genoeg die je de energie geven om door te gaan. ’
|