E-mail login

Medewerker e-mail login

PDF Print E-mail

Nieuw perspectief

Bart de Bruin is directeur van Phusis. Samen met Albert Scheer en Lulof Drenth heeft hij deze organisatie in 2004 opgericht. Waarom? Bart: ‘Om mensen met een licht verstandelijke handicap te geven wat ze nodig hebben: veiligheid, aandacht, perspectief en een plekje om te wonen. Waar andere organisaties het af laten weten, willen we met Phusis een alternatief bieden.’


BartWaar komt de betrokkenheid van Bart vandaan? ‘Ik denk dat de wortels in mijn jeugd liggen,’ vertelt hij. ‘Als jongetje was ik vaak ziek, hevige buikpijn, overgeven. Mijn moeder deed haar best om iets lekkers klaar te maken en dan kreeg ik het gewoon niet weg. Ik heb heel wat onderzoeken gehad, maar ze konden niks vinden. Dan krijg je toch iets van: Stelt hij zich niet een beetje aan? Is het wel zo erg? Daardoor voelde ik me een buitenbeentje; onbegrepen en soms eenzaam. Waarschijnlijk zoals veel mensen van onze doelgroep zich voelen. Daarom kan ik me goed in hun situatie verplaatsen.’ Pas later werd ontdekt dat hij een kronkel in zijn darmen had die de doorgang van voedsel vrijwel volledig afsloot.
‘Wat ook meespeelde was dat ik opgroeide in een streng gereformeerd milieu. Het was een hechte, gesloten, gemeenschap. Naast alle nadelen die het had, betekende dat ook dat zorg voor elkaar heel belangrijk was. Dat speelt nu nog mee.’

Toch dacht Bart in die tijd nog niet aan een baan in de zorg. ‘Mijn droom was vrachtwagenchauffeur worden, net als mijn vader. Hij was mijn grote voorbeeld. De romantiek en de vrijheid van een leven als trucker trok mij enorm aan.’
Bart ging op het buitenland rijden: Polen, Rusland. Hij genoot van het avontuur, al was het hard werken: vaak was hij weken van huis weg. Na een paar jaar begon het werk minder leuk te worden. Er kwamen steeds meer voorschriften waaraan chauffeurs zich moesten houden en het viel ook niet mee om steeds zo lang van huis te zijn.
Door zijn vriend, Lulof, met wie hij is opgegroeid, kwam hij in aanraking met de hulpverlening. Lulof werkte bij een grote organisatie voor verstandelijk gehandicapten en nodigde Bart uit om eens langs te komen. Van het een kwam het ander. Het begon met vrijwilligerswerk. Daarna kreeg hij een baantje in dezelfde organisatie. Daar leerde hij ook Albert kennen. Bart ontdekte dat hij zich nauw verbonden voelde met de bewoners. Hij ging een opleiding volgen aan de Sociale Academie.

‘Ik ben in die tijd sterk veranderd,’ zegt Bart. ‘Ik kwam in een heel andere omgeving terecht, leerde naar mezelf te kijken en naar anderen zoals naar mijn ouders. Daar keek ik nu opeens anders tegen aan. De relatie met mijn ouders kwam onder druk te staan. Waarom praatten we thuis nooit echt met elkaar? Mijn vader maakte mij ook verwijten over mijn nieuwe manier van leven. Dat heeft een keer tot vreselijke ruzie geleid. Mijn vader met zijn harde kop liep de kamer uit. Ik rende hem achterna. Op zijn slaapkamer kwam het tot een uitbarsting, zo erg dat we allebei moesten huilen. Voor het eerst hebben we toen tegen elkaar gezegd dat we van elkaar hielden.’
In de tijd dat Bart carrière maakte in de zorg kwam er steeds meer kritiek op de aanpak. Vooral de grootschaligheid van de organisaties met hun autoritaire, gesloten regiem en weinig aandacht voor individuele ontplooiing van de bewoners riep veel weerstand op. Bekend uit die tijd was de rel rond Jolanda Venema die naakt aan de verwarming was vastgebonden. Bart kreeg zelf ook steeds meer moeite met de traditionele aanpak die vooral op macht was gebaseerd. ‘Ik merkte dat bewoners niet gelukkig waren.’ Bart werd aangesproken door een nieuwe methodiek, ‘In Dialoog,’ ontwikkeld door Rob Wielink. Belangrijk uitgangspunt hiervan is de vraag: Wat kunnen bewoners nog wel? ‘Als begeleider moet je leren hoe de cliënt denkt en voelt,’ zegt Bart. ‘Er moet een positieve relatie ontstaan, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Samen ga je op zoek naar nieuwe perspectieven. Het is niet erg als cliënten daarbij tegen grenzen aanlopen. Daar leren ze van en dat wijst ze de weg naar nieuwe mogelijkheden.’

Bart wilde graag meehelpen aan broodnodige vernieuwingen in de zorg. Daarom koos hij ervoor om naast zijn werk een studie bestuurskunde te volgen in Tilburg. Dat biedt hem meer mogelijkheden om ook op organisatorisch en politiek niveau invloed uit te oefenen. ‘Als je fundamenteel iets wil veranderen, moet je ook verstand hebben van bestuurlijke zaken.’
Op een gegeven moment werden Bart en Albert gevraagd om aan de slag te gaan in psychiatrische instelling Dennendal in Den Dolder. ‘Albert werkte inmiddels bij een andere instelling in het Noorden,’ vertelt Bart. ‘We stonden allebei bekend als mensen met vernieuwingsdrang en uitgesproken opvattingen.’ Hij legt uit dat Dennendal begin jaren zeventig bekend is geworden door directeur Carel Muller. Hij had radicale veranderingen doorgevoerd met als rode draad: acceptatie en gelijkwaardigheid van de bewoners. Regels waren er bijna niet meer, het medisch model werd afgezworen. Dat riep zo veel weerstand op dat uiteindelijk de politiek heeft ingegrepen. De leiding werd vervangen, er kwamen andere teams. Het gevolg was dat Dennendal op den duur weer een even gesloten instelling werd als vroeger.

Vanuit Assen reden Bart en Albert een paar keer per week heen en weer naar Den Dolder. ‘In de auto hebben we heel wat afgepraat Daar werd het idee geboren om zelf een instelling te beginnen waar we onze eigen ideeën in de praktijk konden brengen, gebaseerd op de methodiek In Dialoog. We vroegen Lulof om mee te denken en met z’n drieën hakten we uiteindelijk de knoop door: Phusis moest er komen.’